Drucken

Grote Aletschgletsjer

Een fenomeen van louter superlatieven

Of het nu vanuit het perspectief van Moosfluh, de Bettmerhorn of de Eggishorn is: de blik op de Aletschgletsjer is uniek. Als toeschouwer staat men boven de gletsjer en kijkt neer op de gigantische ijszee. Dat is anders dan in de overige gebieden van de Alpen, waar men normaal gesproken omhoog moet kijken voor een gletsjer. Indrukwekkend is echter ook zijn lengte: met zo’n 23 kilometer is de Aletschgletsjer de langste ijsstroom van de Alpen. De monding ligt in de Jungfrauregio op meer dan 4000 m boven NAP; de staart van de gletsjer eindigt zo’n 2500 m dieper in de Massakloof.

De complete ijsstroom heeft een oppervlak van 86 vierkante kilometer; alleen al de Konkordiaplatz zou groot genoeg zijn om een middelgrote Zwitserse stad met de afmetingen van Chur, Bellinzona of Frauenfeld op te bouwen! Net zo indrukwekkend is de dikte van het ijs: metingen van de Zwitserse Technische Hogeschool Zürich hebben uitgewezen dat de gletsjer bij de Konkordiaplatz meer dan 900 meter de diepte in gaat. Het gewicht van al het ijs is berekend op 27 miljard ton, wat overeenkomt met het gewicht van 72,5 miljoen jumbojets! Als al dit ijs zou worden ontdooid, dan zou het smeltwater voldoende zijn om ieder mens op aarde gedurende zes jaar van één liter water per dag te voorzien. De Aletschgletsjer is inderdaad een fenomeen van louter superlatieven!

Het ijs van de Grote Aletschgletsjer ontstaat voornamelijk in de drie grote firnbekkens in de Jungfrauregio: de Aletschfirn, de Jungfraufirn en de Ewigschneefeldfirn. Deze firnregio wordt ook als voedingsgebied aangeduid, omdat de gletsjer hier van nieuw ijs wordt voorzien. Op deze hoogte valt neerslag bijna het hele jaar in de vorm van sneeuw, die vervolgens ten gevolge van druk en wisselende temperaturen langzamerhand verandert in firnsneeuw, firnijs en tot slot in luchtblaasjesarm gletsjerijs. Onder het gewicht van steeds nieuw gevormde ijsmassa’s en dankzij de wet van de zwaartekracht, stroomt de gletsjer als een taaie, stroperige massa langzaam richting dal. Het begrip “langzaam” is hier evenwel relatief. De stroomsnelheid van de gletsjer bedraagt ter hoogte van de Konkordiahut toch wel 200 m per jaar of gemiddeld een halve meter per dag. In de buurt van het Aletschwoud bedraagt deze beweging altijd nog 80 – 90 meter per jaar.

MiDdelmorenen – HET typische BEEld

Twee donkere strepen begeleiden de gletsjer op het ijsoppervlak over vrijwel de gehele lengte en trekken telkens weer de aandacht van wandelaars. Het gaat hierbij om de zogeheten middelmorenen, die bij het samenkomen van twee gletsjers ontstaan. Hierbij verenigen de twee zijmorenen van de twee gletsjers zich tot een middelmorene. Omdat er bij de Konkordiaplatz in totaal drie firnbekkens samenkomen, vormen zich hier twee grote middelmorenen. De twee donkere lijnen geven de Aletschgletsjer zijn typische aanzien. De middelmorenen bestaan voornamelijk uit puin en stenen die door het smelten van de gletsjer langzamerhand aan de oppervlakte komen. In het onderste deel van de gletsjer, waar het smeltproces dankzij de hogere temperaturen het snelst verloopt, zijn de middelmorenen het sterkste zichtbaar. Men noemt deze zone ook wel het ablatiegebied van de gletsjer. Hier vinden wij ook de typische fenomenen die met het smelten van het ijs samenhangen. Hiertoe behoren bijvoorbeeld de indrukwekkende gletsjertafels of de net zo fascinerende zandkegels.

Gletsjergeschiedenis

De verhouding tussen de ijsvorming in het accumulatiegebied en het afsmelten in het ablatiegebied bepaalt of een gletsjer vooruit stroomt of dat hij zich terugtrekt. Uit verschillende onderzoeken weten wij dat de Aletschgletsjer gedurende de laatste ijstijd een veel grotere uitgestrektheid had dan tegenwoordig. Toentertijd, ofwel zo’n 18.000 jaar geleden, was zelfs de bergkam tussen Bettmer- en Riederhorn nog met ijs bedekt. Alleen de toppen van Bettmer- en Eggishorn of op de tegenoverliggende zijde van de Sparrhorn of de Fusshörner staken destijds boven de gigantische ijsmassa uit. Bij preciezere observatie steken de vreemde, getande vormen van deze bergen uit, terwijl de overige gebieden door de gletsjerbeweging zijn afgesleten en daarom veel rondere vormen hebben. Na een overwegend sterke teruggang groeiden de alpengletsjers tegen het einde van de laatste ijstijd (rond 11.000 jaar geleden) nog eens heel sterk. Destijds lag de tong van de Aletschgletsjer nog altijd in het Rhônedal en zijn rand reikte bijna tot de Riederfurka. Rond deze periode vormde hij nog een keer een reusachtige zijmorene, die vooral in het Aletschwoud (Moränenweg) nog zeer goed zichtbaar is.

Sedert de laatste ijstijd trekt de gletsjer zich echter niet continu terug. Veelmeer waren er – veroorzaakt door kleinere klimaatveranderingen – meermalen groei en zelfs hoogstanden te zien, zoals voor het laatst rond 1860. Toen was de gletsjer zo’n drie kilometer langer en zijn rand lag in het gebied van het Aletschwoud, zo’n 200 meter hoger dan nu. Deze laatste hoogstand is in het landschap goed zichtbaar: aan beide kanten trekt er een lichte, brede brand langs de gletsjer die zich duidelijk van de daarboven liggende vegetatie onderscheidt. De lichte banden hebben een vrij jonge vegetatie die zich pas de afgelopen decennia heeft gevormd.

De Aletschgletsjer in de broeikas van de aarde

Met een jaarlijks lengteverlies van tot wel 50 meter was de Grote Aletschgletsjer de afgelopen jaren bijzonder sterk getroffen door smelting. Natuurlijk is hij met zijn 23 kilometer nog altijd de langste ijsstroom in de Alpen. Maar het snelle smelten geeft vooral die mensen stof tot nadenken die zich dagelijks bezighouden met de ijsgigant. Zo observeerden de medewerkers van het Pro Natura Centrum Aletsch op de Riederalp tijdens de afgelopen jaren een enorme krimp, niet alleen qua lengte, maar ook bij de randen. En hun observaties worden bevestigd door lokale berggidsen. Zij moesten in de afgelopen jaren een nieuwe toegang tot de gletsjer zoeken, omdat de oude weg op grond van het sterke smelten niet meer begaanbaar was.

indrukwekkende Gletsjertochten

Daarbij is het terugtrekken van een gletsjer eigenlijk niets bijzonders. Gletsjers zijn in de loop van hun geschiedenis telkens weer gesmolten, om vervolgens weer naar voren te stoten. De nu waargenomen teruggang gebeurt echter met een snelheid om bijna bang van te worden. De vaak genoemde klimaatopwarming laat hier meer dan duidelijk zijn sporen achter. Toch blijft de Aletschgletsjer ook in de toekomst een belangrijk aantrekkingspunt. Een gletsjertocht onder begeleiding hoort hierbij beslist tot een bijzonder indrukwekkende belevenis.

informatie over de grote Aletschgletsjer

Pro Natura Centrum Aletsch, CH – 3987 Riederalp; www.pronatura.ch/aletsch; aletsch@pronatura.ch

EISWELT BETTMERHORN – Faszination Aletschgletscher (fascinatie Aletschgletsjer), multimediale tentoonstelling op de Bettmerhorn www.bettmeralp.ch; bahnen@bettmeralp.ch

Literatuur over het Thema

Laudo Albrecht: “Aletsch – eine Landschaft erzählt” (Aletsch – een landschap vertelt zijn verhaal). Vierde boek uit de serie “Die Reichtümer der Natur im Wallis” (De schatten van de natuur in Wallis), Rotten Verlags AG Visp, 1997.

Media